Lichtschip West-Hinder II
- Technische fiche
- Geschiedenis
1. Technische fiche
| Bouwjaar |
1950
Beliard Crighton, Oostende |
| Afmetingen |
| Lengte |
42,50m |
| Breedte |
7,80m |
| Diepgang |
3,00m |
|
| Waterverplaatsing |
401 m3 |
| Snelheid |
8 knopen |
| Voortstuwing |
1 dieselmotor (200 PK)
4 bladen schroef (1,5m doormeter) |
| Bemanning |
9 |
|
2. De geschiedenis van de lichtschepen
Lichtschepen behoren samen met de lichtbakens, de lichtboeien en de vuurtorens tot de kustverlichting ten behoeve van de scheepvaart.
Lichtschepen waren ten behoeve van de navigatie op een vaste positie in zee verankerd. Ze waren uitgerust met een lichttoren die voorzien was van een krachtige lichtbron, met een zware mistseininrichting en een radiobaken. Lichtschepen hadden een opvallende kleur en vorm. Ze waren knalrood geschilderd met de naam van het betreffende schip in witte letters. Hoge masten droegen de antennes van het radiobaken en van de lichttoren het zogenaamde lichthuis.
De naam van het lichtschip werd meestal ontleend aan de ondiepte waarvoor het waarschuwde. Elders in Europa werden lichtschepen gebruikt als aanloop voor een haven of een rivier. De positie van een lichtschip werd aangegeven op de zeekaarten. Daarom was het van het grootste belang dat het schip op zijn voorgeschreven plaats bleef liggen.
Een lichtschip werd vastgelegd met een zogenaamd paraplu- of paddestoelanker. De ankerpositie werd voortdurend gecontroleerd door peilingen van twee in de onmiddellijke nabijheid liggende tonnen : de waaktonnen. De Belgische lichtschepen waren, in tegenstelling tot de Nederlandse lichtschepen, voorzien van een eigen voortstuwing.
De bemanning van een lichtschip had als hoofdtaak het onderhoud van het schip en de lichtinstallatie en het verzekeren van de uitkijk naar eventuele scheeps- en vliegtuigongevallen.
Tot de neventaken behoorden : het geven van waarschuwingsseinen bij stormwind, het verrichten van metereologische en stroomwaarnemingen, metingen van golfhoogte en controle van zeewater op olieverontreiniging.
De bemanning van een lichtschip verbleef voor een periode van twee weken aan boord, daarna werden ze afgelost en waren ze twee weken thuis. De vogelwaarnemingen vanop lichtschepen hebben interessante gegevens opgeleverd over de gewoonten van trekvogels. Bij ver in zee liggende lichtschepen kwam het dikwijls voor dat grote zwermen trekvogels aangetrokken werden door het licht en op het dek neerstreken.
Langzaam maar zeker werden de lichtschepen voor onze kusten vervangen door onbemande lichtplatforms of navigatieboeien. Deze laatsten zijn in aanschaf, gebruik en onderhoud veel goedkoper.
|